Stimulatieschema
Hieronder vindt u het schema van medicijnen en controles zoals dat gevolgd moet worden voor uw behandeling.
Bij het voorbereidingsgesprek met de arts op de polikliniek is met u afgesproken in welke week u gaat starten. Het is voor ons erg belangrijk dat u zich aan deze planning houdt. Mocht u, om wat voor reden dan ook, de behandeling willen uitstellen naar een later moment, dan kan dit uitsluitend in overleg met één van de artsen.
Drie dagen voor de verwachte menstruatiedatum, meestal cyclusdag 25, wordt gestart met Progynova®. Dit wordt tot stimulatiedag 1 gebruikt.
Op ___________ gaat u starten met Progynova® (1 keer per dag 2 tabletten à 2 mg).
Als u niet op de verwachte menstruatiedatum gaat menstrueren dient u een zwangerschapstest te doen en het verpleegkundig spreekuur te bellen om te overleggen.
Op ___________ (stimulatiedag 1) stopt u met Progynova® en start u voortaan iedere dag tussen 16.00 - 22.00 uur met ___________ eenheden FSH. U kunt zelf bepalen welk tijdstip u het beste uitkomt. Probeer wel iedere dag ongeveer dezelfde tijd aan te houden voor de injectie.
Op ___________ (stimulatiedag 5) start u met Cetrotide® injecties. Deze injecties zorgen ervoor dat de eiblaasjes niet springen. U gaat door met FSH injecties.
Op ___________ (stimulatiedag __ ) komt u om ___________ uur voor de eerste controle naar het ziekenhuis. Op doordeweekse dagen mag u zich eerst melden en legitimeren bij receptie 38. Daarna mag u plaatsnemen in de wachtruimte. Op deze dag willen we ook graag de aan u uitgereikte behandelcontracten en de gezondheidsvragenlijst ingevuld en ondertekend van u terug. U krijgt een nieuwe afspraak. Zo nodig vragen wij u na de echo een bloedonderzoek te laten doen. In dat geval zullen wij u ’s middags tussen 12.00 - 15.00 uur bellen voor het maken van de volgende afspraak.
Als de stimulatie goed is verlopen en de eiblaasjes zijn voldoende groot, hoort u van ons hoe laat u ’s avonds 2 spuitjes Decapeptyl® moet spuiten. U moet op deze dag nog wel Cetrotide® spuiten, maar geen FSH meer. U krijgt het tijdstip te horen waarop de punctie zal plaatsvinden (34-36 uur na de Decapeptyl® injecties).
De follikelpunctie (aanprikken van de eiblaasjes)
Op de dag van de punctie dient u zich eerst te melden en te legitimeren bij receptie 38. Het advies is om uw partner/familielid/vriend(in) mee te nemen naar de punctie. Wij raden u aan om ongeveer 1,5 uur voor de punctie 1000 mg Paracetamol® (2 tabletten van 500 mg) en 50 mg Diclofenac® (1 tablet van 50 mg) in te nemen. Alleen Diclofenac® wordt door ons op recept voorgeschreven. Paracetamol® 500 mg is zonder recept verkrijgbaar bij apotheek en drogist.
Voor de plaatselijke verdoving wordt een speculum (eendenbek of spreider) in de vagina gebracht. Vervolgens krijgt u twee injecties in de vaginawand. Meestal voelt u hier weinig van. Soms kunt u een branderig gevoel ervaren. Mocht er een beetje verdovingsmiddel in de bloedbaan komen, kunnen de volgende verschijnselen optreden:
- vieze smaak in de mond
- duizeligheid
- oorsuizen
Deze verschijnselen zijn ongevaarlijk en trekken na een aantal minuten weer weg. Na het aanbrengen van de verdoving wordt het speculum verwijderd. Vervolgens worden de eierstokken met de echo in beeld gebracht.
Het aanprikken en leegzuigen van de follikels zal nu plaatsvinden. De eierstokken zelf kunnen we niet verdoven. Het aanprikken van de eierstok kan gevoelig zijn. U kunt dit voelen als een stompje in de buik of als een elektrisch schokje. Vaak komen de eicellen met de opgezogen vloeistof mee naar buiten, maar niet altijd. Het aantal gevonden eicellen kan lager zijn dan het aantal follikels.
Als de punctie is verricht wordt het speculum soms nogmaals ingebracht om te zien of de prikgaatjes niet meer bloeden. Alles bij elkaar duurt de punctie, inclusief de voorbereidingstijd, ongeveer veertig minuten.
Over het algemeen is de combinatie van Paracetamol® en Diclofenac® en deze plaatselijke verdoving voldoende om een punctie goed te verdragen. Als het nodig is kunnen wij u extra pijnstilling of een rustgevend middel toedienen.
Aanvullende pijnstilling
In sommige gevallen is het raadzaam om u aanvullende pijnstilling te geven. Dit krijgt u in de vorm van een morfineachtig preparaat: Rapifen®. Omdat dit intraveneus (in het bloedvat) toegediend wordt, krijgt u voor de punctie een infuus in uw arm. Hierna volgen we de procedure als hiervoor beschreven tot het moment dat de eierstok aangeprikt kan worden. Dan wordt eerst Rapifen® toegediend. Omdat dit direct in een bloedvat wordt gespoten werkt het middel snel. Daarna prikt de arts de eierstok aan. Rapifen® haalt de scherpe kantjes van de pijn af. Dit medicijn kan bijwerkingen hebben zoals een bloeddrukdaling waardoor u misselijk en/of duizelig kunt worden. Vanwege deze bijwerkingen wordt Rapifen® niet als standaard pijnstilling gebruikt. Na afloop van de punctie blijft u na het gebruik van Rapifen® nog minimaal een uur in de uitrustkamer.
Als u erg tegen de follikelpunctie opziet, vraag dan om een rustgevend middel. Wij gebruiken hiervoor Dormicum®. Dit middel kan via een tablet (de avond voor de punctie of twee uur voor de punctie) ingenomen worden, maar kan ook intraveneus worden toegediend. In het laatste geval krijgt u voor de punctie een infuus in uw arm.
U mag na deze medicatie 24 uur geen auto rijden, in verband met invloed op het reactievermogen en beoordelingsvermogen. Het is dus belangrijk dat u iemand meeneemt naar de punctie die u thuis kan brengen. Wij adviseren u de dag van de punctie niet te werken en geen afspraken te maken, zodat u rustig aan kunt doen.
Als u aanvullende pijnstilling of een rustgevend middel wilt, kunt u dit van tevoren bij de arts aangeven. Dit kan ook nog op de ochtend van, dan wel tijdens de punctie besloten worden. Mocht de punctie ondanks de extra pijnstilling nog als erg pijnlijk worden ervaren, is er ook nog een mogelijkheid om bij een volgende behandeling de punctie onder ‘consious sedation’ te laten verrichten.
Op de dag van de punctie wordt u ‘s middags door een verpleegkundige gebeld die u het aantal ingevroren eicellen doorgeeft. U mag een afspraak maken met de arts voor een evaluatiegesprek.